Hogeschool Utrecht (1995)
eindexamenscriptie over de
betekenis van symbolen
van Theresa Foks-Appelman
| Hogeschool Midden Nederland Faculteit Sociaal Agogische Opleidingen afd. creatieve therapie beeldend Hooglandseweg 140 3813 AS Amersfoort © copyright Theresa Foks-Appelman |
Eindexamenscriptie 1995 van Theresa Foks-Appelman |
|
Uit deze scriptie mag geciteerd
worden
|
Je kunt Theresa vragen stellen per e-mail opzolder@onsnet.nu |
HOE KUNNEN SYMBOLEN
IN BEELDENDE WERKSTUKKEN
WORDEN GEïNTERPRETEERD?
Hoofdstuk
1
HET BEGRIP SYMBOOL
1.1.De betekenis van het woord symbool
1.2. Het ontstaan van getekende symbolen
1.2.1. Het eerste geschreven beeld
1.2.2.
Pictogrammen
1.2.3. Hieroglyfen
1.3. Symbolen van de moderne
maatschappij
Hoofdstuk 2 ONBEWUSTE PROCESSEN EN SYMBOOLVORMING
2.1.Theorieën over het bestaan van het onbewusteterug naar boven
Hoofdstuk
3
DE BETEKENIS VAN SYMBOLEN
3.1.
Symbolen in beeldende werkstukken
3.2. De betekenis
van de kleuren
3.2.1. Psychologisch onderzoek
3.2.2. Psycho-analytisch onderzoek
3.2.3. Sociaal-cultureel onderzoek
3.2.4. Samenvatting
3.3.
De betekenis van de basisvormen
3.3.1. Het vierkant
3.3.2. De cirkel
3.3.3. Het
kruis
3.3.4. De driehoek
3.4. De betekenis van de ruimte-indeling
3.5. De betekenis van figuren
3.6.
Besluit
Hoofdstuk 4 HET INTERPRETEREN VAN SYMBOLEN
4.1. Effecten van het interpreteren
Hoofdstuk 5 EINDCONCLUSIE
Tijdens mijn studietijd en stage werd ik vaak getroffen door een tekening, schilderij of beeld. Ik liet de sfeer, de kleur en de beweging op mij inwerken, soms met bewondering, soms met een vaag gevoel van spanning.
Bij langer op me in laten werken wilde ik echter begrijpen wat me zo getroffen had en welke gevoelens het beeld in mij opriepen, zodat ik over de betekenis zou kunnen praten en misschien een antwoord vinden, wat en waarom de tekening mij iets "deed", waarom een cliënt dit werkstuk op dit moment heeft gemaakt en wat het te maken heeft met zijn probleem.
Vanuit mijn intuïtie voelde ik dat de kleuren, vormen en figuren in het beeld een betekenis hadden. Alsof het symbolen waren van iets. Maar kun je dat zomaar zeggen? Zijn alle symbolen voor iedereen hetzelfde en welke betekenis hebben ze dan? Voor deze scriptie ben ik derhalve gaan onderzoeken of er enige theoretische grondslag bestaat over de wijze waarop symbolen in tekeningen en schilderijen kunnen worden geïnterpreteerd.
In het eerste hoofdstuk wordt het begrip symbool onderzocht en de geschiedenis van de oudste getekende symbolen gevonden. Ik ontdekte dat het onbewuste een belangrijke factor was bij het ontstaan van symbolen en het werd een interessante ontdekkingsreis toen ik de relatie van het onbewuste en beeldende processen ging onderzoeken in hoofdstuk 2.
Door middel van literatuuronderzoek werd getracht op systematische wijze de betekenis van symbolen te achterhalen. In hoofdstuk 3 wordt verslag gedaan op welke wijze dit onderzoek is gedaan en welke betekenissen zijn gevonden.
In het laatste hoofdstuk worden praktijktheorieën besproken met betrekking tot het interpreteren van symbolen en tenslotte worden theorie en praktijk met elkaar vergeleken. Met behulp van de gevonden literatuur en theorieën zal ik twee tekeningen van cliënten op hun symboliek trachten te interpreteren* (De voorbeelden laat ik hier op het World Wide Web achterwege, omdat toestemming van het tonen van gemaakte tekeningen van cliënten slechts werd verkregen in het kader van een onderwijsdoelstelling T.F)
Het verslag rond ik af met een eindconclusie.
terug naar boven
HOOFDSTUK 1 HET BEGRIP SYMBOOL
terug naar bovenOm een antwoord te vinden op de vraag welke betekenis symbolen in beeldende werkstukken hebben \
was het eerst nodig de betekenis van het begrip symbool te onderzoeken.
Daarna leek het interessant om te onderzoeken waar de eerste getekende symbolen oorspronkelijk vandaan kwamen.
1.1. De betekenis van het woord "symbool".
terug naar bovenHet woordenboek van Van Dale geeft als verklaring van het woord symbool o.a.: 'Een verdichting van een aantal of een samenstel van begrippen in een enkele voorstelling.' En 'Een object dat in de plaats treedt van dat waarop een drift of een instincthandeling oorspronkelijk gericht was.'
De algemene opvatting dat een symbool iets meer is dan
het lijkt, stamt af van de oorspronkelijke Griekse betekenis sym-bolon =
samen-gooien. Het verhaal erachter is, dat in de oudheid twee mensen tijdens een
maaltijd een afgekloven botje (b.v. van een kippenpootje) door midden braken;
ieder bewaarde zijn helft en als men zelf (of zijn nakomelingen) later de ander
weer tegenkwam "wierp" men de botdelen weer bij elkaar ten teken van herkenning
en verbondenheid. Zij noemden hun botstuk "symbolon." (H.R.Graetz, 1963)
Hiermee wordt uitgedrukt dat een symbool niet alleen een
zichtbare vorm heeft (de 2 stukken bot) maar ook een onzichtbare (de expressie
van een gevoel) betekenis heeft. Ze horen dus onverbrekelijk bij elkaar. In die
zin heeft een symbool een betekenis van het samengaan van verschillende
elementen, die tot één geheel worden gevoegd.
Freud beschouwde symbolen zoals ze voorkomen in dromen,
als uitingen of vervullingen van onbewuste wensen, waar dan meestal een seksuele
betekenis aan werd gegeven.
Moderne theorieën over de betekenis en toepassing
van symbolen zijn grotendeels gebaseerd op het pionierswerk van Carl
Gustav Jung. Hij beschouwde symbolen echter niet alleen als uiting van het
persoonlijk onbewuste, maar kende er ook een collectieve waarde aan toe. In zijn
onderzoek naar het gebruik van symbolen vergelijkt hij symbolen uit
architectuur, mythologie, kunst, dromen en menselijk gedrag. Hierin ontdekte
Jung symbolen, die onafhankelijk van elkaar en in verschillende tijdsperken en
culturen eenzelfde betekenis hadden. Hij trof symbolen aan met een universeel
karakter. Hij beschouwde deze symbolen als een produkt van een collectief
onderbewustzijn en noemde deze symbolen archetypen. of oerbeelden. Zij zijn geen
afspraken van mensen doch in de mensen verankerd als psychische inhouden. Zij
worden o.a. uitgebeeld in mythen en sprookjes. (Jung, Archetypen,
1991)
1.2 Het ontstaan van getekende symbolen
Het is waarschijnlijk dat het gebruik van symbolen ontstond in de tijd dat de mensen op langere afstand met elkaar gingen communiceren. Naast de stem als middel om boodschappen over te brengen ontstond het schrift om over een langere weg (b.v. voor handel) en gedurende langere tijd met de medemens te communiceren.
1.2.1. Het eerste geschreven beeld
Een recente theorie maakt aannemelijk dat het driedimensionele beeld eerder ontstond en pas daarna het geschreven beeld. Als verklaring voor deze zienswijze wordt het voorbeeld gegeven van de noodzaak tot het maken van beeldjes. In de oudheid werden kleine van klei gevormde symbooltjes voor de verstuurde handelswaar in een bal van klei gestopt, die vervolgens gezegeld werd met een stempel. Dit voorwerp werd meegegeven als cognossement en de ongebroken bal gaf de geadresseerde de mogelijkheid te controleren of de expediteurs of bewaarders niet geknoeid hadden. Ook voor aantallen waren er symbooltjes. Het is, volgens deze theorie, een simpele stap geweest de driedimensionele symbooltjes in de kleibal te vervangen door tweedimensionale inkrassingen van voorwerpen, pictogramman (dus lijntekeningen), die in principe door iedereen gelezen konden worden (Uit: gid voor de afdeling West-Azië, Allard Pierson Museum 1989)
terug naar boven
1.2.2. Pictogrammen
terug naar bovenHet schrift, als eerste de pictogram, ontstond dus als
communicatiemiddel toen de mens zich enigszins beschaafd ging ontwikkelen.
Pictogrammen zijn gevonden in Midden-Amerika, op de Paaseilanden, in Mohenja
Daro, in het oude China, in Mesopotanië en in Egypte. De pictogrammen waren
echte tekeningen
In latere tijden ontstond de fonetische schrijf- en
vertaalwijze (dus met een klankwaarde, te vergelijken met de huidige rebus) die
zich uiteindelijk ontwikkelde tot een spijkerschrift-alfabet van dertig
tekens.
1.2.3. Hiëroglyfen
Gedurende het tweede millenium v. Chr. werd naast het
spijkerschrift ook gebruik gemaakt van het hiëroglyfische schrift. Hierbij werd
geen of weinig gebruik gemaakt van teksten. In het boek van Medhanada en Yvonne
Artaud : "Der Weg des Horus, Bilder des inneren Weges, im älteren Ägypten"
(1991) wordt erop gewezen dat in Egypte de symbolische betekenis achter de
fonetische schrijfwijze bleef bestaan.: 'In de ouders tempels werd niet het
Woord, maar het Beeld gepredikt.' (blz. 26). De schrijver stelt ons voor de
beelden niet alleen te lezen als letters van woorden, doch hij stelt vast dat de
tekeningen van dieren, Goden en koningen allemaal symbolen zijn voor een, nog
onbekend, deel van onszelf. De vertaling van namen van Goden noemt hij
"ongelukkig" en moeten wij vergeten, omdat het geen bovennatuurlijke personen
zijn, doch "delen van onszelf" en van ieder levend wezen.
De Goden (neteru)
waren aktieve dynamische beelden die zich in de "verbeelding" lieten
ontstaan. Ter vergelijking noemt de schrijver dat de PK "paardenkracht"
van onze auto's ook niet van echte paarden afstamt, maar een symbool van kracht
en energie is. De beelden van Goden en dieren stelden volgens hem op dezelfde
manier psychologische gedachten voor die in de mensen
schuilgingen.
1.3 Symbolen van de moderne maatschappij
Alhoewel wij de Egyptische tekenaars van de
dodentempels nu wellicht zouden zien als kunstenaars zagen zij zichzelf destijds
niet zo. Zij waren slechts de overbrenges van een boodschap. Zij gebruikten
daarvoor symbolen in een beeldtaal, die in die tijd door iedereen werd
begrepen.\
Men kan zich afvragen in hoeverre dit ook geldt voor onze tijd. Is het mogelijk dat symbolen zelfs in onze moderne tijd nog door iedereen kunnen worden begrepen? En welke symbolen zijn dat dan?
Er zijn symbolen die gebruikt worden bij aanwijzingen
in het verkeer, wegwijzers in stationshallen, gebruiksaanwijzingen bij en
aan electrische apparaten en sportsymbolen bij de Olympische Spelen. Deze
symbolen geven compacte informatie of aanwijzingen die door mensen die
verschillende talen spreken begrepen kunnen worden.
Daarnaast kent onze
moderne tijd symbolen voor religies en ideologieën, zoals het teken van een
kruis en het "ban-de-bom" teken. De milieubeweging kent het symbool van de
wereldbol die door handen omvat wordt etc.
Ook de psychologische gevoelswaarde van kleuren wordt ter herkenning aangevoerd. We herkennen het zakelijke, neutrale blauw van de kleding van politie, bewakers en zakenmensen. De kleur groen wordt gebruikt door milieugroeperingen; de kleur rood komen we tegen in het verkeer als waarschuwing tegen gevaar en op verbodsborden. Mensen dragen zwarte kleding bij rouw, maar ook wordt zwart gedragen als teken van onafhankelijkheid en macht.
Ook de reclame maakt veelvuldig gebruik van symbolen om niet uitgesproken gevoelswaard aan een produkt te geven. Concluderend: symbolen komen ook in deze moderne tijd nog volop voor en kunnen door iedereen worden begrepen.
terug naar boven
Uit het bovenstaande blijkt dat het gebruik van symbolen in het beeldende vlak van oudsher een communicatieve betekenis heeft. Het gaat er dus om dat symbolen van oorsprong iets uitdrukken en iets mededelen; later ontstonden ook symbolen met een geestelijke, spirituele of psychologische boodschap.
terug naar boven
Hoofdstuk 2
O N B E W U S T E P R O C E S S E N
E N S Y M B O O L V O R M I N G
terug naar boven
2.1 Theorieën over het bestaan van het
onbewuste Van Sigmund Freud hebben we de eerste beschreven theorieën vernomen over het
bestaan van her onbewuste. Hij kende het onbewuste een sleutelrol toe bij het
ontstaan van het voortduren van psychische conflicten. Het geweten, het opper-ik
of het ideaal-ik, laten onbewuste verlangens niet toe uit angst- of
schaamtegevoelens. Hij beschrijft het conflict dat bestaat tussen de wil om zich
te herinneren, maar dat wordt tegengewerkt door de wil om te vergeten
(P.Gay,1988). Daarnaast heeft Carl G. Jung het onbewuste omschreven, waarbij hij ook
specifieke opvattingen heeft over het collectief onbewuste, de zgn.
archetypische inhouden van het onbewuste, die in symbolen worden geuit. In een
van Jung's werkcolleges wordt het onbewuste als volgt gedefinieerd: '[..]
alles wat ik weet, maar waaraan ik op dit moment niet denk, alles wat me ooit
bewust was, maar wat nu vergeten is, alles wat door mijn zintuigen wordt
waargenomen, maar door mijn bewustzijn niet beseft wordt, alles wat ik
onopzettelijk en onopmerkbaar, dat wil zeggen, onbewust, voel, denk, herinner,
wil en doe, al het toekomstige dat zich in mij voorbereid en pas later tot
bewustzijn zal komen: dat alles is inhoud van het onbewuste.' (C.G. Jung,
Archetypen 1991, Ned. Vert. blz. 31.) Ehrenzweig noemt in zijn theorie over onbewuste processen dat waarnemingen
vanuit de dieptegeest door de oppervlakte-ik worden afgewezen als ze te
bedreigend worden: 'Oppervlakte-waarneming is een bijzonder ongeschikt
instrument om symbolische vormen mee waar te nemen omdat de symboliek zich bij
voorkeur verbergt in toevallige en onbelangrijk-uitziende onregelmatigheden.De
onderbreking-opvullende en uitsteeksel-wegvlakkende functie zal zeker toevallige
onregelmatigheiden onderdrukken en daarmede de verborgen symboliek, tot grote
vreugde van het superego, dat de oppervlaktegeest beveiligt tegen de onderdrukte
wensen van het onbewuste.' (A. Ehrenzweig, 1975, Vert. H. Smitskamp, 1986,
blz. 39.) Eerdergenoemde verklaringen van de functie van het onbewuste wijzen al op de
moeilijkheden die we mogen verwachten om beelden uit het onbewuste toe te laten
en uit te beelden. Daarbij kan vastgesteld worden dat het onbewuste een
belangrijke faktor is in psychische processen, maar dat het ook zeer moeilijk is
om het onbewuste te kennen. 2.2. Het onbewuste en de relatie met symbolen Een van de mogelijkheden van de creatieve therapie beeldend is om emoties en
belevingen uit te drukken die niet gemakkelijk in woorden kunnen worden
verteld. Volgens de psycho-analytische theorie wordt gesteld dat er allerlei in ons
innerlijk voltrekt zonder dat we het weten. Deze onbewuste gevoelens, wensen en
verlangens worden verdrongen, maar werken wel door in ons gedrag. Zolang we ons
van deze gevoelens niet bewust zijn kunnen we ze niet met de vrije wil
hanteren. 2.3 Methoden om het onbewuste uit te
beelden In de geraadpleegde psychotherapeutische literatuur werden technieken en
methoden gevonden die erop gericht zijn beelden uit het onbewuste toe te laten
en uit te beelden. 2.3.1. Spelen als een kind Bij kleine kinderen, die nog maar net een potlood of verfkwast kunnen
vasthouden zien we dat ze spontaan lijnen, kleuren en figuren op het papier
zetten. Ze bekommeren zich niet om regels of wetten van de esthetica. Het
tekenen gebeurt spelenderwijs. Deze spontaniteit verdwijnt vaak onder invloed
van normen en waarden die o.a. door het schoolsysteem worden opgelegd. Later,
bij het socialisatieproces worden normen en waarden door het super-ego
geënternaliseerd; het lijkt dan wel of de regels van het spel te star worden en
er niet meer kan worden gespeeld (M. Janssen, 1985.) In de creatieve therapie kunnen zodanige voorwaarden geschapen worden voor de
cliënt dat de spontaniteit van het kind weer naar boven komt. Soms kan een
cliënt niet beginnen aan een beeld of het schilderen, omdat het dat afwijst
vanwege het gevoel "kinderachtig" te zijn. Onder de noemer van het kind dat
ontdekt en creatief is, vrij van vooroordelen en regels, kan zo'n persoon dan
toch aangemoedigd worden om zich juist wel "als een kind" te gedragen (I.
Riedel, 1992.) 2.3.2. De Florence Cane-techniek De techniek ziet er als volgt uit: men vraagt de betrokken persoon te gaan
staan voor een vel papier die aan de wand bevestigd is. Dan tekent men met de
hand die het niet gewend is (in de meeste gevallen dus de linker hand) en met de
ogen dicht, vanuit de schouders lijnen op het papier. De ontstane krabbels
vervolgens van alle kanten bekijken tot een vorm "ziet", die een voorstelling
oproept. Daarna wordt deze voorstelling getekend met gebruikmaking van de
bestaande lijnen of lijnen die passen bij het idee, of andere weg te laten. Florence Cane ontwikkelde deze methode om kinderen die vanuit zichzelf vonden
dat ze niet konden tekenen, toch met een tekening te laten beginnen. Ook voor
volwassenen is het een methode waarbij zonder inschakeling van de bewuste wil en
met uitschakeling van het super-ego tot een begin van een tekening kan worden
gekomen. Bijna op dezelfde wijze beschrijft Kris de betekenis van lijnen van
"krabbels", die een mens tekent wanneer hij "niets doet", d.w.z. wanneer het Ik
volledig door iets anders in beslag wordt genomen . Hij zegt o.a. " In de
krabbels zitten fantasieën en gedachten verborgen waarvan de krabbelaar zich wil
bevrijden [...]." (E. Kris, 1989, blz. 27) 2.3.3. Geleide imaginatie Dit zijn tekeningen die ontstaan naar aanleiding van een fantasie-verhaal die
door de therapeut wordt verteld en door de cliënt in ontspannen toestand wordt
aangehoord. Verena Kast beschrijft de aktieve imaginatie, waarbij innerlijke
beelden worden opgeroepen via een fantasie-verhaal (V. Kast, 1989). 2.3.4. Aktieve verbeelding Dit is een poging beelden die achter de emoties liggen uit te drukken: C.G.
Jung (in 'Beelden uit mijn leven', 1987) beschrijft dit proces om te komen tot
een beeld als volgt: 'Bedenk eens een fantasie en beeld deze met alle kracht
uit die u ter beschikking staat. U moet het uitbeelden alsof u zelf deze
fantasie was, of u er zelf bijhoorde, zoals u een onontkoombare levenssituatie
zou uitbeelden. Deze innerlijke beelden moeten met toewijding getekend of
geschilderd worden zonder zich te bekommeren of u het kunt of niet.' (Jung,
1987, blz. 27.) 2.3.5. Focusing Dit is een therapieprocesmethode (E.T. Gendling, 1981) waarbij de cliënt
wordt uitgenodigd te luisteren naar wat in hemzelf aanwezig is. De therapeut
nodigt de cliënt uit te voelen hoe het zou zijn als een bepaald probleem niet
meer op hem zou drukken. Wanneer de cliënt contact heeft met een bepaald
gevoelde betekenis wacht men in stilte af of zich een woord of beeld aandient
dat de aard van het nieuw ontdekte lichaamsgevoel uitdrukt. Soms komt er een
woord boven, een zin of soms een symbool. Met zo'n symbool kan een cliënt een
tekening beginnen. 2.3.6. Dromen In het boek 'Omgaan met dromen' schrijft H. Dieckman: 'De droom wordt in
de analytische psychologie opgevat als een natuurlijk psychisch fenomeen, dat
niet door een bewuste wilsdaad opgewekt wordt, maar spontaan plaatsvindt.'
(blz. 57). In de creatieve therapie kan met aan de cliënt vragen om een beeld
uit zijn droom te tekenen. 2.3.7. De creatieve proces-theorie Voor wat betreft creatieve processen verwijst Maks Kliphuis in het boek: "Bij
wijze van spelen" (Lex Wils, rd. 1979) naar het belang van het door Ernst Kris
(1989) geïntroduceerde begrip "regressie in dienst van het ego" met
betrekking tot het hanteren van creatieve processen in vorming en hulpverlening.
Door middel van appèls (b.v. van materiaal en inhoud) kunnen bepaalde behoeften
uit het vroegkinderlijke bestaan worden aangesproken. Deze behoeften die "in
de diepere lagen verborgen liggen" (Kliphuis, 1979, blz. 96) zouden door
middel van een creatief proces onder voldoende bescherming van een creatieve
sitiatie, kunnen worden geuit en bevredigd. Zonder hier nader in te gaan op de
"creatieve proces-theorie" en de hantering van het creatieve proces zouden we
kunnen veronderstellen dat de hierboven genoemde "diepere lagen" overeenkomen
met het begrip "het onbewuste" in de psychodynamische theorie zoals hierboven
vermeld. Samenvattend kan gesteld worden dat het onbewuste, zoals we
het begrip hier beschreven hebben, een belangrijke rol kan spelen bij het
ontstaan van symbolen in beeldende werkstukken in de creatieve therapie. HOOFDSTUK 3 D E B E T
E K E N I S V A N S Y M B O L E N In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe in moderne literatuur onderzoek
is gedaan naar het voorkomen van symbolen in het beeldend vlak en welke
psychologische betekenis daaraan wordt gegeven. 3.1. Symbolen in beeldende
werkstukken Bij het bekijken van een tekening of schilderij kunnen we kleuren, vormen en
figuren onderscheiden. Daarnaast bestaat de compositie van het beeld uit vier
onderdelen: links, rechts, boven en onder. Tevens kunnen we onderwerpen
herkennen, in de zin van personen, dingen, dieren en natuurverschijnselen, die
een symbolische betekenis zouden kunnen hebben. Onderzocht werd in hoeverre deze
thema's op hun symbolische waarde kunnen worden herkend, benoemd en
verklaard. 3.2. Betekenis van DE KLEUREN
3.2.1. Psychologisch onderzoek. Vanuit psychologisch gezichtspunt werd de inwerking van kleuren op de mens
onderzocht en verklaard. Vanaf 1948 is er op systematische wijze onderzoek
gedaan naar de psychologische betekenis van kleuren (Heis/Halder, 1951 en
Lüscher, 1971). De eerste onderzoeken dienden om mensen te testen op hun
persoonlijkheid. In de jaren vijftig en zestig waren deze testen heel populair,
doch tegenwoordig worden ze amper meer gebruikt, mede omdat de interpretaties
van de kleurenschema's te oppervlakkig bleken en er betere
persoonlijkheidstesten werden ontwikkeld. Ook vanuit de kunst werd op psychologische wijze over de kleuren gesproken.
In het boek "Kleurenleer" van Johannes Itten (1990) wordt een test beschreven
waarin hij ontdekte dat niet slechts de keuze en de samenstelling van de
kleuren, maar ook de grootte van de vlekken en de wijze, waarop ze gericht zijn,
zeer karakteristiek kunnen zijn. Hij zag overeenkomsten met de uiterlijke
verschijningvorm van het type student, de kleur van zijn haar en ogen, de vorm
van zijn gezicht, maar ook spreekt hij over de "straling" van de mens, die van
hem uitgaat (J. Itten, blz. 24). Hij zegt dan ook: 'Hoe meer men nadenkt
over de psychisch-expressieve waarde van de kleuren des te geheimzinniger worden
ze.' (J. Itten, blz. 90.) 3.2.2. Psycho-analytisch onderzoek. Vanuit psycho-analytisch gezichtspunt verscheen een boek van Ingrid Riedel.
Zij beschrijft in haar boek "Farben" o.a. hoe kleuren bepaalde gevoelsreacties
kunnen oproepen en uitbeelden. Ook schrijft zij: 'Das Wesentliche in einer
tiefenpsychologische Farbenlehre als Strahlungskräfte, als Energien, die auf uns
in positiver oder negativer Einwirken, ob wie uns dessen bewust sinds oder
nicht, dem jeweiligen Archetypen zuzuordnen.' (Riedel, 1983, Farben blz.
11.) 3.2.3. Sociaal-cultureel onderzoek In de reclame, sport en politiek wordt gebruik gemaakt van de symbolische
inwerking van kleuren. Eva Heller (1990) geeft hierover een verslag van haar
onderzoek. Zij heeft voor haar boek 1888 mannen en vrouwen ondervraagd. Ieder
van hen koppelde op een vragenformulier kleuren en begrippen die de meest
verschillende gevoelens en ervaringen omvatten. Op overzichtelijke wijze wordt
kleur na kleur behandeld in volgorde van de vastgestelde populairiteit. Daarbij
komen psychologische, symbolische, traditionele en culturele visies naar
voren. 3.2.4. Samenvatting Uit het psychologische, psycho-analytische en culturele onderzoek naar
kleuren zoals die in bovengenoemde literatuur zijn genoemd komen de verklaringen
van de betekenissen in grote lijnen met elkaar overeen. Het komt er op neer dat
de kleuren zoals die zich in de natuur en het menselijke lichaam voordoen in het
algemeen overeenstemmen met de gevoelsreacties van de mensen. Het is
"natuurlijk" omdat de mens er door zijn eigen natuur toegang toe heeft. Zo wordt
bijvoorbeeld aan de kleur rood een gevoel van levendigheid, energie en liefde
gegeven, waarbij de lichamelijke expressie (zoals blozen of rood worden) van
opwinding hoort. Maar ook de kleur van bloed, dat zowel betekenis heeft bij het
ontstaan van het leven (geboorte, menstruatie) maar ook bij het doodgaan
(bloedverlies.) Doordat vuur de kleur rood bevalt krijgt dit de betekenis van
warmte en veiligheid, maar ook van het gevaar en daarmede tevens van verbod en
opstand. De kleur groen daarentegen roeps gevoelservaringen op van het nieuwe
ontluikende groen in de natuur, die hoop biedt, frisheid uitstraalt, rustgevend
en ontspannend is, maar groen is ook de kleur van de gal van het menselijk
lichaam en het gif van de slang dat bitter en wrang kan zijn (groen zien van
afgunst.) Uit bovenstaande voorbeelden blijkt dat er niet één verklarende betekenis is
van een kleur, doch een breed scala van mogelijkheden. Dat wil niet zeggen dat
de mogelijkheden oneindig te interpreteren zijn. Het voornaamste uitgangspunt
blijkt te zijn dat de betekenis te vinden is in de wijze waarop de kleur zich in
de natuur en in het menselijke lichaams voordoet. 3.3. De betekenis van DE BASISVORMEN De basisvormen zijn: de cirkel, het vierkant, het kruis, de driehoek en de
spiraal. Deze vormen hebben hun basis in de natuurkunde, de bouwkunde, de beeldende
kunst en de dans. Een psychologische hypothese stelt dat deze figuren
karakteristieke structuren van de mens zijn. Vanuit psycho-analytisch gezichtspunt heeft Jung in verschillende van zijn
geschriften een psychologische en archetypische betekenis gegeven aan de
basisvormen (JUng, 1966, 1987, 1991.) Tevens werd een overzichtelijke beschrijving vanuit een psycho-therapeutisch
werkveld gevonden in het boek "Formen" van I. Riedel (1995.) Ook uit de hoek van
de analytische psychologie verscheen het boek van U. Eschenbach 'Das Symbol im
Therapeutisch Prosesz bei Kinder und Jugenlichen.' (1978) waarin het voorkomen
van de basisvormen psychologisch wordt verklaard. 3.3.1. De cirkel De beschreven symbolische betekenis van de cirkel komt neer op zowel eenheid
als geborgenheid. Het opgenomen worden in een kring, maar ook het buitengesloten worden. Symbool van tijd, eeuwigheid en oneindigheid. In Jungiaans: het teken van het Zelf. Tevens kan het een beschermende, omhelzende betekenis inhouden. Getekend als de zon heeft het een mannelijke, Goddelijke betekenis (vanuit de
mythologie.) De spiraalvorm getekend van buiten naar binnen leidt tot
cencentratie, tot het zoeken naar een middelpunt; de spiraal van binnen naar
buitend lopend leidt tot het vinden van een uitweg (het doolhof in mythische
voorstellingen en nu nog als attractie in een park.) 3.2.2. Het vierkant Het vierkant betekent in de symboliek: de materiële
wereld, de afgrenzing van bezit en bestaan, alsmede de
standvastigheid. Volgens Jungiaanse theorieën: de materie, het lichaam en de realiteit. Het kan ook betekenen: zich afsluiten van de werkelijkheid. Het vierkant beschermt en meent dingen in zich op, beschermt tegen chaos en
angst. Tevens dient het vierkant voor meditatie, waarbij het wisselen van de vier
hoeken telkens een ander perspektief oplevert. 3.2.3 Het
Kruis Het kruis heeft als symbolische betekenis: het in belans zijn. Tevens: leven en dood. Het kan een kruising van wegen zijn, maar ook een trefpunt. Het is een symbool van middelpunt en evenwicht tussen passiviteit
en aktiviteit. Maar ook van polariteit en tegenstellingen. Er zijn verschillende soorten kruisen, die weer verschillende
betekenissen hebben. 3.3.3. De Driehoek De symboliek van de driehoek kan met de punt naar boven
mannelijk en met de punt naar beneden vrouwelijk zijn. De driehoek die energie uitstraalt, is ook een Goddelijk figuur. Het doorstaan van beproevingen en het oplossen van raadsels is verbonden met
het getal drie. Maar ook op het attenderen van gevaar. Tevens wordt genoemd de driehoeksverhouding met haar symbolische
betekenissen. De driehoek wordt dynamischer genoemd dan het vierkant, waarbinnen de drie
dimensies van tijd, plaats en ruimte plaatsvinden. 3.4.
Volgens Jung zijn deze inhouden tot
bewustzijn in staat of waren ooit bewust en kunnen weer bewust worden.
Maar ook onbewuste emoties en gevoelens kunnen worden uitgedrukt.
Deze innerlijke beelden worden dan vaak op symbolische wijze uitgedrukt. Volgens
recente theorieën wordt aannemelijk gemaakt dat schizofrene mensen symbolen
laten zien die rechtstreeks uit het onbewuste lijken te komen. Zij kunnen er
echter niet over nadenken, er geen afstand van nemen. Ook komen symbolen vooral
voor bij mensen die in hoge nood verkeren of hevig lijden. Juist voor die
momenten en die gevoelens die moeilijk in woorden zijn uit te drukken zijn
symbolen een manier van uitdrukken.
Dat betekent dat normen en waarden die door het geweten of het
super-ego in de loop van het leven zijn aanvaard, opzij gezet dienen te worden.
Zo kunnen we tot diepere lagen van onszelf komen, nl. het onbewuste.
Een
uitvoerig verslag over een seminar met creatieve therapie en geleide imaginatie
geeft Christa Henzler in het boek "Maltherapie" (I. Riedel, 1992) waarin enkele
voorbeelden worden beschreven van geleide imaginatie waarbij tekeningen en
symbolen ontstaan van innerlijke beelden. Als onderwerpen noemt zij: het denken
aan een huis, een onderwerp van verlangen; bij de gedachte aan het water wordt
in de fantasie gewandeld door het landschap en kan met op zoek gaan naar de bron
van de rivier. Bij de gedachte aan een boom wordt de "innerlijke boom" bekeken
van de wortel tot de top van de boom (I. Riedel, 1962, blz. 264 e.v.)
Over de indeling van een beeldend vlak is ook psychologisch onderzoek gedaan.
Zo zijn er ruimte-schema's genoemd naar Grünwald, Susan Bach en Rudolf Michel. Ter verklaring van deze indeling wordt uitgegaan van zowel psychologisch testonderzoek, vergelijking van tekeningen van ernstig ziekte patiënten (Susan Bach 1966) en van onderzoek naar meditatieve bijbeltaferelen (Riedel, 1991.)
Daarnaast bestaat er nog een schematekening van Karl Koch die bij een 'boomtest' wordt gebruikt (uit: Gisela Schemeer, 1978, 'Heilende Bäume') en waarvan de intepretatie van de indelingen overeenstemmen met de ruimteschema's zoals hierboven vermeld.
Uit de gevonden literatuur (Bach, Neumann, Riedel en Schemeer) komen dus symbolische zones naar voren die in grote lijnen met elkaar overeenstemmen.
terug naar boven
links
boven midden
boven rechts
boven Archetype
van de hemel, lucht en vuur
het geestelijke,
immateriële het
collectief bewuste
verhouding tot het
"vaderlijke"
normen en waarden links
symboliek rechts
symboliek introversie
extraversie
Collectief
onbewuste verhouding
tot de natuur
verhouding tot
oerbeelden
lichaam, het 'moederlijke' links
onder
midden
onder
rechs onder Archetype
van water, de aarde en de
diepte
(Voor meer gedetailleerde omschrijving van de ruimtesymholiek: zie schema's uit (Bilder, I. Riedel, 1991, blz. 39.)
3.5. De betekenis van FIGUREN
terug naar bovenBij het zoeken naar literatuur over de symbolische betekenis van figuren, voorwerpen, dingen en natuurverschijnselen werd voornamelijk geput uit symbolische omschrijvingen vanuit de Freudiaanse en Jungiaanse psychologie, alsmede moderne psychoanalytische literatuur. Hierin werden symbolen vergeleken die stammen uit de architectuur, mythologie, sprookjes en dromen.
De symbolische betekenis van dieren blijkt te verwijzen naar de wijze waarop deze dieren in de natuur aan de mens verschijnen (zoals b.v. de leeuw, de adelaar of de slang ) net zoals de symboliek van menselijke figuren (zoals b.v. de grootmoeder of het jonge meisje.)
Ook wordt gewezen op de verandering die symbolen kunnen ondergaan onder invloed van moderne verschijnselen, zoals het vliegtuig, als luchtwezen, dat symbolisch dezelfde betekenis kan hebben als een vogel in vroeger tijden.
terug naar boven
3.6. Besluit
In het kader van deze scriptie is in dit hoofdstuk volstaan met een globale beschrijving van de gevonden verklaringen van de symbolen. Voor meer gedetailleerde verklaringen van de betekenis van de kleuren, vormen en compositie wordt verwezen naar de vermelde literatuur/
Een alfabetische en overzichtelijke opsomming van internationele en interculturele verklaring van symbolische figuren en kleuren kan worden gevonden in het naslagwerk "Symbole" uit de serie "Herder Lexicon" (1978), een rijk geïllustreerd naslagwerk. Hierin worden herkomst en betekenis verklaard van alle belangrijke tekens en symbolen. Het behandelt sprookjesmotieven, Egyptische, oud-Oriëntaals, Chinese, Japanse, Afrikaanse en Indiaanse symbolen, zoals dieren, planten, werktuigen en natuurverschijnselen.
Daarnaast geven de hierboven reeds genoemde boeken van Ursula Eschenbach en C.G. Jung ook nog ruimschoots voorbeelden van duiding van dit soort symbolen in een therapeutisch en creatief beeldend proces (Eschenbach, 1978, Jung 1966, 1991.)
terug naar boven
HOOFDSTUK 4 HET INTERPRETEREN VAN SYMBOLEN
Uit voorgaande hoofdstukken zijn enkele wegen onderzocht die zouden kunnen leiden tot het uiten en daarna begrijpen van symbolen in een beeldend werkstuk. Concluderend kan gesteld worden dat we belangrijke wegwijzers daarvoor zijn tegengekomen. Nog enkele bijzondere opmerkingen wil ik nog vermelden.
terug naar boven
4.1. Effecten van het interpreteren
Bij het onderzoeken naar het voorkomen en verklaren van symbolen in beeldend werk kwamen de volgende opmerkingen als waarschuwing naar voren:
terug naar bovenJung waarschuwt tegen het overschatten van het willen-begrijpen van het inhoudelijke aspect van vormgeving, wanneer dat aan intellectuele analyse en interpretatie wordt onderworpen, 'omdat het wezenlijke symbolische karakter van het object verloren kan gaan.' (Jung, 1987.)
Ook Johannes Itten waarschuwt: 'Wie in de schilderijen van Francesca, Rembrandt. Breughel en vele andere meesters slechts de objectieve werkelijkheid en de symbolische inhoud ziet, voor hem blijft hun artistieke kracht en schoonheid verborgen.' (Itten, 1961, blz. 95.)
Het gevaar is derhalve dat we bij een analyse van een werkstuk op haar, symbolische en psychologische inhoud verstrikt raken in een overwaardering van het willen-weten.
Zo stelt de Gestallttherapie-gedachte vast: 'Het geheel is meer dan de som der delen' waarmee in de context van symboolduiding de waarschuwing begrepen kan worden om niet gefixeerd te raken op details., doch dat het grote geheel pas een meerwaarde heeft. Zoals we de melodie kan kunnen horen als de noten met elkaar in harmonie worden gespeeld.
terug naar bovenJung zegt: 'Wanneer men erin geslaagd is de onbewuste inhoud vorm te geven en de betekenis ervan te begrijpen, dan rijst de vraag hoe het Ik tegenover de situatie staat. Daarmee begint de uiteenzetting tussen het Ik en het onbewuste.' (Jung, 1967 in 'De transcedente functie.')
Ook I. Riedel (Maltherapie, 1992) gaat ervan uit dat na het intellectueel en emotioneel begrijpen van een werkstuk inzicht kan ontstaan en een genezingsproces tot stand kan komen. Zij wijst ook op het belang dat therapeut en cliënt over het gemaakte beeld en de duiding moeten kunnen spreken. Zij noemt het belang van het intellectueel en emotioneel begrijpen dat kan plaatsvinden in een dialoog tussen cliënt, mede-cliënten en de therapeut. Dit kan volgens haar pas bestaan in een '[..] empathisch tragenden Gesprächsatmosphäre, die dem 'Mutter-feld, in dem schöpferische Arbeid geschieht, entspricht.'(Riedel, 1992, blz. 46.)
Tenslotte zij vermeld dat vrijwel in alle literatuur over de duiding van symbolen in een therapeutisch proces nadrukkelijk wordt gewezen op het belang van het kennisnemen van de persoonlijke levens- en culturele omstandigheden, de levensgeschiedenis en de individuele relatie tot de symbolen van de betrokken persoon.
terug naar bovenIn de werkstukken die ontstaan in de creatieve therapie kijken we naar de mate waarin de cliënt geslaagd is uitdrukking te geven aan zijn gevoelens en wat de betekenis is van de symbolen in beeldende werkstukken.
Sommige cliënten leggen zelf de betekenis van het beeld uit, wat op zichzelf een nieuwe creatie kan zijn, of ze zeggen: het is niet nodig het beeld uit te leggen, het beeld spreekt voor zichzelf.'
terug naar boven
4.1. Aandachtspunten bij het interpreteren.
In voorgaande hoofdstukken zijn we op zoek gegaan naar theoretische achtergronden die ons kunnen helpen bij het ontcijferen en interpreteren van symbolen in een beeldend werkstuk.
Resumerend kan gesteld worden dat onderstaande punten een rol spelen:
1. de symbolische betekenis van de kleuren, vormen en de indeling van de ruimte.
2. De algemene symbolische betekenissen van figuren, mensen en natuurverschijnselen.
3. De persoonlijke levensgeschiedenis van de maker en zijn relatie tot de symbolen.
4. De betekenis van een metaforische uitdrukking.
(Een metafoor is een
overdrachtelijke uitdrukking, die berust op een vergelijking (bijv. De
kameel is het schip van de woestijn (Van Dale) In een creatieve therapiesituatie
kan gezegd of getekend worden: 'Mijn rug draagt de last van de hele
wereld.')
5. De uitleg die de maker zelf kan geven over de eventuele betekenis.
6. De mogelijkheden die zijn gebruikt om onbewuste gevoelens beeldend uit te drukken.
In de scriptie volgen hierna 2 praktijkvoorbeelden. Om privacyredenen kunnen deze hier niet getoond worden.
terug naar boven
EINDCONCLUSIE
terug naar bovenZowel uit het theoretische gedeelte, het literatuuronderzoek en de praktijkvoorbeelden blijkt toch wel hoe ingewikkeld het is om te komen tot een interpretatie van symbolen in het beeldende vlak. Dikwijls is de betekenis van symbolen veelzijdig en zelfs met elkaar in tegenspraak. Maar is de menselijke geest met zichzelf ook niet in tegenspraak? We kunnen haten en liefhebben tegelijk, en 'iedereen wil oud worden, maar niemand wil het zijn.' En neem de filosofische uitspraak:'We leven om te sterven.'
De beantwoording van de vraag hoe symbolen in beeldend werk kunnen worden geïnterpreteerd lijkt om een objectieve benaderingswijze te vragen. Maar de subjectieve interpretaties kunnen van grote invloed zijn bij het zien van een beeldend werkstuk en kunnen misschien nooit helemaal los gelaten worden om een objectieve interpretatie toe te laten.
Na bestudering van de vermelde literatuur over interpretatie en duiding van symbolen kan samenvattend gesteld worden dat met inachtneming van kennis van universele, algemeen menselijke verklaring van symbolen, de persoonlijke levensgeschiedenis van de cliënt en zijn relatie tot die symbolen, de associaties die beelden oproepen en tenslotte de emotionele en rationele communicatie tussen cliënt en therapeut over de eventuele betekenis van een symbool tot een verantwoorde interpretatie kan worden gekomen.
terug naar bovenDe tekeningen (niet in deze versie beschikbaar) die op de vermelde en onderzochte literatuur zijn getoetst laten een significante betekenis zien bij het interpreteren van de symbolen.
Naar mijn mening is het daarom wel mogelijk indien zorgvuldig de aandachtspunten zoals genoemd in hoofdstuk IV.1.1. in acht genomen worden om de sleutel te vinden waarmee een toegang kan worden verkregen tot een verklaring van de betekenis van een tekening of schilderij van cliënten in de creatieve therapie. De wijze waarop met het interpreteren van symbolen in een therapeutisch proces met cliënten dient te worden omgegaan lijkt mij echter een apart onderwerpo van studie en werd in het kader van de vraagstelling in deze scriptie niet uitvoerig behandeld.
Los gezien daarvan lijkt mij een nadere kennismaking met bestaande theorieën over de betekenis en interpretatie van symbolen in beeldende werkstukken een nuttige aanvulling voor de opleiding van creatief therapeuten beeldend.
terug naar boven
literatuur
terug naar bovenBach. S. Spontanes Malen schwerkranker Patienten in: Acta Psychosomatica & Documenta. Geigy Basel, 1966.
Dieckman, H. Omgaan met dromen Lemniscaat b.v. Rotterdam, 1981
Ehrenzweig, A. The psychoanalysis of artistic vision and hearing, an introduction to a theory of unconscious perception Sheldron Press, London 1975 (Ned. vert. door H. Smitskamp, Hogeschool Midden Nederland Amersfoort 1986.)
Eschenbach U (Hrsg) Das Symbol im therapeutisch Prosesz bei Kinder und Jugendlichen by Verlag Adolf Bonz GmbH, Stuttgart, 1978.
Fontana, D. The secret language of symbols; a visual key to symbols and their meanings London, Pavillon 1993.
Heis, R/Halder P. Der Farbpyramidentest (Gemeinschaftarbeit aus dem Institut für Psychologie und Characterologie an der Universität Freiburg) Bern 1951
Heller, E. Kleur, symboliek, psychologie, toepassing Vert. uit het Duits door Emiel Stevens. Utrecht, het Spectrum, 1990.
Gids voor de afdeling West-Azië (1989) Allard Pierson Museum te Leiden. Themanummer van Phoenix, Bulletin, uitgegeven door het Vooraziatisch-Egyptisch Genootschap Ex Oriente Lux, 34 te Leiden. Hoofdstuk 4, Het schrift, blz. 46 e.v.
Graetz H.R. The symbolic language of Vincent van Gogh New York-Toronto-London, 1963
Itten, J. Kleurenleer elfde druk, Cantecleer b.v. De Bilt 1992
Herder Lexicon Symbole Verlag Herder Freiburg im Breisgau, 5e druk (1978)
Gay, P. Sigmund Freud; zijn leven, zijn levenswerk Tirion, Baarn (1988)
Gendlin, E.T. Foccusing Revised edition, New York: Bantam Books (1981)
Jacobi, J. Dr. De psychologie van Carl G. Jung; een inleiding tot zijn werk (vert. uit het Duits door M. Drukker) Cothen, Servire III, 1992
Janssen, M. Dr. Dat zegt me iets De rol van expressie en communicatie in de relatie tussen mensen Dekker & van de Vegt, Nijmegen, 1985.
Jung C.G. De mens en zijn symbolen Rotterdam, Lemniscaat 1966.
Jung C.G. Ziele der Psychotherapie Gesammelten Werke Bd. Olten 1972.
Jung C.G. Beelden uit mijn leven Lemniscaat 1987,
Jung C.G. Archetype en het collectief onbewuste hoofdstuk: 'De transcedente functie' verzameld werk, 1967
Jung C.G. Archetypen Ned. Vert. Servire Uitgevers BV, Cothen (Kostmos pocket) Oorspronkelijke titel: 'Von den Wurzeln des Bewusstseins: Studien über den Archetypes. (Rascher, Zürich) 1991.
Kast, V. De vrije wereld van de verbeelding Lemniscaat b.v. Rotterdam, 1989.
Kris, E. De esthetische illusie Vert. uit het Duits door Anette Bakker, Meppel Boom, 1989
Kliphuis, M. in 'Bij wijze van spelen' hoofdstuk 2, door Lex Wils (red.) Samson uitg. Alphen a.d. Rijn/Brussel 1979.
Lüscher M. Der Lüscher Test, Persönlichkeitbeurteilung durch Farbwahl. Reinbek, 1971.
Medhananda u. Yvonne Artaud Der Weg des Horus, Bilder des inneren Weges im alten Agypten (Therapeutische Konzepte des Analytische Psychologie C.G. Jung herausgegeben von Dr. Ursula Eschenbach d.8) Bonz Verlag GMBH Fellbach 1991.
Riedel I. Mahltherapie, Eine Einführung auf der Basis der Analytischen Psychologie von C.G. Jung. Mit Beitragen von Christa Henzler, Stuttgart, Kreuz Verlag 1992
Riedel I. Farben, in Religion, Gesellschaft, Kunst und Psychotherapie Kreuz Verlag Stuttgart(8 Auflage 1983)
Riedel I. Formen, Kreis, Kreuz, Dreieck, Quadrat und Spirale Kreuz Verlag Stuttgart, 1985
Riedel, I. Bilder, in Therapie, Kunst und Religion, Wege zur Interpretation 2e Auflage, Kreuz Verlag, Stuttgart, 1991.
Schmeer G. Heilende Bäume, Baumbilder in der psychotherapeutischen Praxis (Leben, lernen 70) Pfeiffer, 1978.
Wils, L. Bij wijze van spelen, creatieve processen bij vorming en hulpverlening 1e druk, 4e oplage. Samson Uitg. Alphen aan de Rijn/Brussel
terug naar boven
terug naar boven
Theresa Foks,creatief therapeut (geregistreerd)
zandspeltherapeut ISST
Praktijk Op Zolder
Molvense Erven 182
5672 HR
Nuenen
tel.040- 284 74 18
Heb je vragen? stuur mij een e-mail: opzolder@onsnet.nu
Copyright © 2005 Praktijk voor Creatieve Therapie Op Zolder. Alle rechten
voorbehouden.
Laatst bijgewerkt: 9 augustus 2005